Angst is een krachtige motivator van mensen bij het nemen van beslissingen.
Veel fouten worden gemaakt uit angst voor afwijzing, angst voor verlies, angst voor wat anderen zeggen, denken of doen.
Maar fouten zijn enkel fout als er nooit pogingen worden gedaan om ze te herstellen.
Er is moed voor nodig om dat te doen.
Ik wens iedereen moed toe.
En vertrouwen in zichzelf, elkaar en een goede toekomst.
Happy 2012 allemaal!
Onder het motto: 'een opgeruimd huis geeft een opgeruimd hoofd' bond ik mijn schortje voor, pakte sop, spons en dweilstok en toog aan de arbeid.
Halverwege de keuken stootte ik de klok van de muur, dus de wijzerplaat in gruzelementen. 'Scherven brengen geluk,' dacht ik naief. Ik haalde de stofzuiger en stootte met de stang een van de windlichten op het tafeltje in de gang om.
Bij het dweilen ging nummer twee in scherven over de grond. In de afwasmachine brak een van mijn kristallen glazen. Ik kreeg visioenen van geluk met prijzen in de lotto en de toto, al helemaal toen de lamp op de glazen tafel viel. Wat een feest. Slechts de lamp was stuk, de tafel bleef heel en intussen kwamen ook de prijzen van de telebingo en de postcodeloterij in mijn hebberige gedachten.
Ik zette de buitendeur open zodat de keukenvloer sneller zou drogen en trok de keukendeur dicht met het oog op de tocht.
Nou loop ik eigenlijk altijd op blote voeten rond, of het zomer is of winter. Er lag nog wat glasschervengeluk voor het drempeltje van de keukendeur en onder mijn linkervoet moest een grote pleister komen.
Duurde even voor ik die pleisters gevonden had. Ze zaten in mijn beautycase, die een beetje ongelukkig weggeborgen stond in verband met het schilderen van het plafond in de badkamer.De inhoud van de beautycase ging over de vloer maar ik had gelukkig de terpentine bij de hand om de knalrode nagellak uit een stukgevallen potje op te deppen.
Bed verschoond, boven gestofzuigd en was weggewerkt. Zonder ongelukken, hoera.
Beneden bleek de kat in hoge nood te zijn geweest door de dichte keukendeur en had zijn kattengeluk op de voordeurmat gedeponeerd. Ik merkte het pas toen ik met mijn rechtervoet middenin de stinkende kattenstront stond.
De eerstvolgende tijd blijf ik héél stil zitten met een lekker boek en liever geen geluk.
De staatsloterij is trouwens ook niets meer geworden.
Al wekenlang zijn de voorbereidingen bezig voor een van de grootste gratis popfestivals van Nederland.
Verkeer zat geregeld vast achter trekkers en vrachtwagens die op de Waalkade bergen ijzer en canvas uitbraakten, waarmee een leger vrijwilligers tenten in alle vormen, kleuren en maten opbouwden.
Overal in de stad staan dixies, zijn obstakels weggehaald. De stadsgracht ligt vol met de schitterendste fruitmozaieken, winkels hebben etalages aangepast met fruitversieringen en op dit moment worden er aan de wagens voor het fruitcorso van morgen de laatste hand gelegd. Want dit weekend is het niet alleen Appelpop, maar ook fruitcorso in Tiel.
Verkeersregelaars begeleiden de auto's naar parkeerplaatsen, pendelbussen zijn ingezet en om de Waalkade heen moeten wel een miljoen fietsen staan als ik alles zo voorbij zie gaan. Nog even een make-upje, dit stukje plaatsen en ook snel naar het feest.
‘Hurray, your postcard to Finland arrived!’ staat er in mijn
mailbox.
Gezellig, ik
krijg ook even een berichtje terug van de Britta, die de kaart heeft ontvangen.
Sinds twee
maanden hangt mijn toiletdeur vol met kaarten uit de hele wereld, gezellig
volgeschreven en een mooie postzegel erop. Zelf stuur ik ook Hollandse kaarten naar
alle windstreken. Sommigen willen graag een kaart met een trein, anderen willen
bloemen of een historisch gebouw. Of het maakt niet eens iets uit, als het
maar post is.
Ik zit dus
geregeld kaarten vol te pennen. Op het moment zijn er kaarten onderweg naar een
jong meisje in Taiwan, een Chinees in de States, een studente in Milaan, een
huismoeder in Frankrijk en hondenliefhebber in Rusland.
Ik weet nog zo
goed dat ik niet in de brievenbus durfde te kijken, laat staan de post te
openen. Of het rekeningen waren of gewonnen prijzen: ze bleven in de envelop.
Gelukkig is die tijd voorbij. En morgen ren ik weer hard naar mijn brievenbus
om te kijken wat de post mij gebracht heeft.
De toiletdeur wordt al bijna te klein.
Voor wie het ook
leuk zou vinden: www.postcrossing.com.
Ocherm, mijn
kleine rooie vriendje is ziek. Hij hangt slap over de bank en in het gunstigste
geval sleept ie zich moeizaam door het huis.
‘Wees blij dat
het een kat is’, zegt een kennisje, ‘Gewone kerels worden altijd
strontvervelend.’
Ik heb haar ex weleens
meegemaakt in van zijn zieke buien en dan zou je ‘m inderdaad de straat op
schoppen. Hij zat er eigenlijk best florissant bij met hoofdkussens en een
dekentje op de bank in de kamer. Hij bestelde bij haar uitsluitend de lekkerste
sapjes, wilde geen brood meer maar enkel luxe bolletjes met extra jam, yorkham
of brie en reserveerde de tv voor eigen gebruik. Ze mocht niets schoonmaken want
dat stoorde hem, mocht niet van zijn zijde wijken want dan kon hij haar niet
bereiken, mocht niet lezen want dat was niet gezellig. En aangezien ze een
gesloten keuken hadden ging ook het koken moeilijk, laat staan het doen van de
boodschappen. Een plaatselijke kruidenier bracht uitkomst en bracht een
bestelling aan huis.
‘Cisssssssssssssieee,
wat een stùùùùk!’zei ze enthousiast en toen haar ex weer beter was verlegde ze
gelijk haar inkoopgebied. Inmiddels is ze gescheiden en woont alweer een paar jaar samen boven de
supermarkt met haar kruidenier.
Hij is ook wel
eens ziek geweest met hoge koorts, zweette zijn bed kletsnat en maaide in zijn
ijldromen wild met zijn armen in het rond. Hij sloeg haar daardoor eerst een
blauw oog en daarna veegde hij het serviesgoed van het nachtkastje. ‘Maar dat
was een eenmalig gebeuren,’zei ze.
Nu ligt mijn kat
dus ziek en kwijlt mijn bank onder. Zijn tong ligt helemaal open, heeft
waarschijnlijk iets bijtends binnen gekregen. Hij ziet eruit als een slap rood
vachtje en af en toe doet ie een lodderig oog open. ‘Wie weet wat ie van binnen
nog mankeert,’ zegt de dierenarts. Er zijn inmiddels een infuus, injectie,
pillen en gedwangvoerd astronautenvoer ingestopt. Nu moet ik één keer per dag
dít ingeven, vier keer dát naar binnen werken, zes keer iets laten eten, als dat kan
veel laten drinken, ik krijg de neiging een verpleegsterskapje op te zetten.
Vanochtend liep
ik de keuken in en wankelde hij achter me aan. Tot nu toe mocht ie alles eten
wat ie lekker vond, als ie maar iets binnen kreeg. En dat was vooral dúúr. Maar
na drie dagen van extra verwennerijen
begint meneer nu kieskeurig te worden. Niet elk zakje of blikje is meer even
lekker.
Als ik op de bank
ga zitten sleept ie zich tegen me aan en begint tevreden te spinnen.
‘Gezellig
he?’lijkt ie te vragen. Het deed me ineens denken aan die ex van dat kennisje.
Gelukkig heeft
mijn kat nog geen belangstelling voor tv-programma’s. En ik niet voor de meneer
van de dierenspeciaalzaak.
Diepzwarte bramen hangen aan de struiken naast mijn huis. Met een takkenschaar baan ik me een weg door de struiken en binnen de kortste keren zie ik eruit alsof ik met katten gevochten heb. Een emmertje bramen is zo vol. Twee emmertjes ook. Mijn enthousiasme kent geen grenzen.
Later die dag staan er een aantal potjes heerlijke bramenjam in de keuken.
En een boel bramen over, maar geen potjes meer.
Dat wordt dus bramensap.
De sapcentrifuge komt tevoorschijn en een voor een gaan de bramen erin. Gaat verschrikkelijk langzaam.
Het apparaat gaat open en een flinke dosis bramen wordt erin gekiept. Centrifuge protesteert.
Paar bramen eruit.
Centrifuge weigert nog steeds.
Nog meer bramen eruit.
Gaat nog steeds niet.
Twee paarse handen en een boel prut verder begint ie eindelijk rond te draaien.
Het tuitje spuugt een klein piesstraaltje sap uit.
Dan maar water erbij.
Kijk dat helpt!
Binnen de kortste keren vliegt de centrifuge als een gek rond, braakt bramensap uit, braakt het tuitje eruit, stroomt het apparaat over en sproeit sap de keuken door.
Twee paarse handen, paarse kleding en een paarse keuken.
Volgende keer maar weer gewoon de bramen een voor een doen.
Recept bramenjam:
potjes en dekseltjes van te voren uitkoken
1200 gram bramen wassen en met aanhangend water aan kook brengen.
weggooien die zooi!
Relaties | Scheiding
|
08 Augustus 2010 | 14:04:54
Sinds de definitieve boedelverdeling ben ik voor mijn gevoel enkel nog aan het ruimen. Geen gemaar of gehannes meer met oude en krakkemikkige toestanden, hup naar de stort. Ruimt op in mijn huis en ruimt op in mijn hoofd.
Foto's, boeken en kunstwerken mogen blijven. Die oude glazen tafel ook, die is praktisch bij het schilderen. Zo weer schoon. Maar tijdschriften, oude kleding, schoenen, prullaria, oude of overbodig keukengerei, roestig gereedschap... juichend en masse de kliko in!
Overal slaan er gaten in het huis. Als ik mijn huis binnenkom is het nu al een verademing!
Hehe...
Is een scheiding dan in elk geval nog ergens goed voor?
de advocaten houden de redelijkheid en billijkheid in het oog.
' overeenkomstig de wens van de man' en ' de vrouw wil dat nog hebben toegevoegd', ' kan de wens billijken', 'kan hier niet mee accoord gaan' en 'amice, heb je daar wel aan gedacht?'.
er is gedacht, opgeworpen, geinterpreteerd, toegevoegd en gepleit.
Al mijn lieve medebloggers en bloglezers een geweldig nieuwjaar gewenst met superleuke blogs, genoeg te eten en te drinken, zonder Mexicaans bezoek, wel met leuke ontmoetingen, gekke voorvallen, lachwekkende situaties, interessante ontdekkingen, maar vooral: heel veel liefde en geluk en bovenal: gezondheid!!!
Tiel is in Grote Afwachting van het jaarlijks fruitcorso.
De gracht ligt vol met de schitterendste fruitmozaïeken, aan de praalwagens is maandenlang druk gewerkt en wordt nu koortsachtig de laatste hand gelegd, de tribunes worden opgebouwd en de fruitprinsessen gaan nogmaals langs de deelnemers om ze voor een laatste keer succes te wensen.
De enorme tent voor Appelpop, een van de grootste gratis muziekfestivals van Nederland, staat al klaar en is ingericht voor muziekgroepen als Golden Earring, Kane, Rowwen Heze, Miss Montreal, Van Velsen en ga zo maar door.
De straten worden voor de laatste keer geveegd, de Betuwehal waar eerst Jomanda zat is ontruimd, daar zullen de wagens nog een keer te kijk staan na de corso en wordt het wagenbouwerfeest gehouden.
Morgenochtend vroeg heb ik vanuit mijn raam al een voorproefje van de wagens als ze bij mij langs komen rijden op weg naar de startplaats. Begeleiders gaan mee om al rijdend en lopend nog de laatste losgelaten stukjes fruit bij te plakken. En als ik met een tuinstoeltje 50 meter loop heb ik morgen een van de beste plaatsen van het parcours. Wel het tuinhek dichtdoen, want voor ik het weet staat er een vreemde auto bij mij op de oprit geparkeerd en kan ik er zelf niet meer uit.
Ook treinen en bussen zullen morgen en overmorgen dagjesmensen aanvoeren in aantallen die vroeger enkel met Jomanda gehaald werden. "'t Is in Tiel te doen" is de promotiekreet voor ons stadje. Dit weekend wel ja, dan is Tiel echt even het Betuwse middelpunt geworden.
Een vriendin heeft me gevraagd samen naar Golden Earring te gaan, lekker even ouderwets weer uit ons dak, ik heb er eigenlijk wel oren naar, ben eigenlijk best wel weer eens toe aan een verzetje. Tenslotte is het gratis en als goed Nederlander-met-low-budget én bovendien Zeeuwse moet je daar gebruik van maken.
‘Yeah, oud vriendinnetje van me, éven bijkletsen hoor, alles goed met jou?’
‘Nou eh..’
‘Oh prima toch? En je man en kids?’
‘Tja, dat is inmiddels ...’
‘Leuk, leuk, goed dus’.
‘Alles verder ook ok?’
‘Ja hoor’ ik trek een grimas.
‘Kijk, zo mag ik het horen, écht benieuwd naar je, met mij ook alles goed! Drukkies hier, net terug van een weekje wintersport in Aspen met Timo, heerlijk hotel, first class, lekker luxe met alles erop en eraan, kost wat maar dan heb je ook wat he?’
‘Lekker!’
‘Of weet je niet waar Aspen is? Colorado’ Het klinkt triomfantelijk. “USA dus, voor verduidelijking meid. Nou we hebben er énig geshopt ook, géld uitgegeven als wáter, alle bétere merken zijn er natuurlijk. Tja jetsetplaats he.. je komt er ook tout le monde tegen...’
Lijst van bekende jetsetters volgt.
Hoorn neer, ik pak intussen koffie. Als ik terug kom juichen de wereldnamen nog steeds uit de speaker.
‘Jaaaaa, zo énig en zo gewóón zijn die, echt niet te geloven!’
Nadere uiteenzetting volgt.
Ik laat intussen de kat naar binnen.
Dan iets anders maar.
'Eh.. Timo?’
‘Owwww... vriendje, lekker ding, tien jaartjes jonger, hélémaal gek van me meid, goed lopend bedrijf natuurlijk, hoop slappe was en kan ook nog goed eh.... ‘
Dat is de eerste stilte aan de andere kant van de lijn sinds de telefoon ging.
‘Oh wat dan?’ kan het niet laten.
‘Ooooooh foei, nieuwsgierig Aagje, nou affijn, volgende week doen we even Barcelona aan, misschien nog Parijs tussendoor, daarna gaan we ..............
Hoorn even neer, ik pak speculaasjes.
...............’t is druk druk druk meid, ik krijg mijn koffers amper uitgepakt. Dus koop alles telkens maar nieuw. Maar dat is wel leuk hoor. Ga jij nog wel eens ergens heen?’
‘Soms lekker even uitwaaien aan de kust of saunaatje pakken'.
‘Ooooooh ja, kortom béétje saai leven he?’
‘Och...’
‘Tja, jij zit altijd ook zo vást in huishoudinkje spelen he? Nou, ik moet weer ophangen want we hebben zo een coctailtje wat een gedoe is dat altijd weer he? We vliegen van het een naar het ander. Niet te geloven he? Is ook niet alles hoor! Nou dag hoor, het was heel leuk om weer eens iets van je te weten! Groetjes aan je gezinnetje he! KUSSSSSS!’
De feestdagen zijn voorbij, de appelbeignets aan de kippen gevoerd, luxe hapjes uit de schappen van appie en c1000 verdwenen.
Vingertjes terug aangenaaid, oogjes ingezet.
Op straat naaldensporen van weggesleepte kerstbomen naast het vuurwerkafval.
Van onze uitgaven hadden we heel wat honger de derde wereld uit kunnen helpen, maar het is slechts één keer per jaar december, dus we gingen ervoor.
En nu is de knip leeg en de kont dik. Onze Nationale Vetreserve is flink gespekt om het zo maar te zeggen.
Ik haal de weegschaal van onder de kast en ik bekijk met afgrijzen het resultaat.
‘Teveel gevreten’ geeft ie aan.
Gadver.
Ik grijp de pot met Slankufit, de folders van de WeightWatchers en keil ook snel de laatste oliebollen bij de kippen.
Godzijdank loopt mijn abonnement op de Telegraaf nog een paar dagen.
Want zie:
Op de voorpagina van 4 januari:
‘Nadenken maakt dik’.
‘Wie teveel nadenkt wordt dik. Zware denkers eten meer dan ontspannen personen. Door stress, die ontstaat door diep en lang na te denken, wordt sneller naar extra calorieën gegrepen’.
Een zucht van opluchting ontsnapt me.
Redding is nabij!
God bestaat!
Hij moet absoluut zwaarlijvig zijn door alle zorgen der wereld, maar hij lééft.
Hoera!
Het lág niet aan het eten!
Ik dacht teveel na!
En ik niet alleen, getuige alle afslankreclames die ons deze dagen overspoelen.
Kennelijk heeft Ons Collectieve Schuldbesef ons allemaal flink parten gespeeld toen we al dat eten naar binnen werkten en voor miljoenen de lucht in bliezen en we dachten erover na.
Ik stel gelijk mijn voornemens bij en mik de afslankpillen en de folders in de kliko.
Ik wéét nu wat ik moet doen!
Me gewoon nergens meer zorgen over maken en al helemaal niet meer nadenken.
Dat wordt dit jaar verstand op nul en in december maatje 36!
Voor de Kerstdagen weer eens een uit de oude doos gehaald. Het verhaal kan mijzelf nog steeds ontroeren.
Liefs en vredige kerstdagen gewenst van Cissie.
Binnen twinkelden de lichtjes van de kerstboom, was de warmte van de open haard, de gezelligheid van kaarsen, kaarten met kerstgroeten en de geur van vers gebakken stokbrood.
Buiten dwarrelden grote vlokken sneeuw langzaam naar beneden.
Het was volmaakt. We genoten van deze kerst, van elkaar, van alles eromheen: de muziek,
de warmte van de open haard, de warmte van elkaars armen, de warme appelen met kaneel, de kleine hapjes die we teder en toch gretig uit elkaars vingers proefden.. we proefden elkaar en nog eens en weer een keer tot we volkomen in elkaar opgingen en de sneeuw, kaarsen, muziek en kerstgroeten niet meer opmerkten.
We genoten ook van de geur van kerst, die de geur van elkaar werd, van de smaak van de appels en de rode wijn die de smaak van de ander vermengde met die van onszelf, het kerstgevoel van armen die liefkoosden en aaiden en verborgen.
Ik zag zijn gezicht duizendvoudig grotesk vervormd in de kerstballen van onze boom, zo eindeloos lief, zo lief dat het me pijn deed. Al die ballen zou ik stuk voor stuk hebben willen liefkozen …voorzichtig, ze waren zo broos. De kerstengel bovenin lachte naar me. Toe maar, geniet, geniet van alles! Ze schommelde met haar engelenbeentjes en strooide engelenpoeder over onze hoofden. Mijn lief klopte naast zich op de witte schapenvacht: kom schat: kom bij me, kom geniet met me en geniet van me zoals ik dat van jou doe. Hij reikte me lachend de rode wijn en ik vleide me intens tevreden in zijn armen.
Diezelfde armen van nu, we zijn alleen een jaar verder in de tijd. God wat ruikt zijn lichaam nog steeds lekker, wat voelt hij goed.
De kerst, de muziek, alles is weer perfect.. maar de sfeer is een andere. We eten van elkaars lippen maar met ontwijkende ogen. We strelen en aaien, maar het is voorzichtiger, we zijn meer op onze hoede. We weten het, we weten het allebei en durven ons daarom niet meer te geven.
Weer is het buiten wit. Het heeft gesneeuwd en daarna gevroren en hier buiten de stad blijft het sprookjesachtig lang liggen.
Het kerstengeltje in de boom kijkt me wat meewarig aan: Waarom geniet je niet genoeg? Toe dan, vertel hem hoeveel je om hem geeft!
Ik schud mijn hoofd zachtjes en maak haar duidelijk dat ik dat gedaan heb het afgelopen jaar en meer dan eens. Daar ligt het niet aan. Waaraan dan wel? Wil ze weten. Ze vindt dat ze er het recht toe heeft het te weten, aangezien ze de rest van het jaar in een doos heeft gezeten en noodgedwongen van nieuws verstoken is gebleven. Geeft hij dan niet meer om jou??? Klinkt het verbaasd met een lange uithaal. Ik haal mijn schouders op. Ik denk dat hij dat nog wel doet, zeg ik zacht. Lieverd, wat is het probleem dan? Vraagt de engel zo lief, dat ik mijn ogen voel prikken. Ik denk, dat het te volmaakt was, dat we teveel om elkaar gaven, hij voelde zich verstikt, hij wil niet blijven en wil meer. Meer? Vroeg de engel? Wat wil je meer dan volmaaktheid van geluk? Ik zal nog eens even... ze tastte in haar buideltje met engelenstof. Nee, niet doen, zei ik, het heeft geen zin, hij moet gaan, ik voel dat hij dat wil, hij wil verder, er wordt op hem gewacht. Een andere vrouw? De engel keek mij ernstig aan, ging het niet meer? Hoe vaak hebben jullie… Ssssst antwoordde ik. Daar lag het ook niet aan. En bovendien is het geen vrouw, het zijn meerdere vrouwen, misschien wel alle vrouwen van de wereld.
Godnondeju zei de kerstengel, minstens net zo van haar stuk als ik was geweest. Ze keek in haar buideltje. Daar heb ik waarschijnlijk niet genoeg poeder tegen.
Laat ook maar, zei ik. Het heeft geen zin lieve engel. Hij wil mij niet meer. Hij wil de volgende. Ik lees het in zijn ogen en ik zie het aan zijn gebaren. En al die telefoontjes en emailtjes en sms-jes en briefjes, ze wachten al op hem.
De engel keek bedroefd. Meisje, ik heb zo van jullie genoten, jullie waren perfect. Nergens heb ik in jaren die natuurlijke engelenstof aangetroffen die jullie tot elkaar trekt, daar was mijn stof maar kinderspel bij en nu, ze schommelde weer met haar beentjes, maar het zag er nu heel anders uit. Hoe kan dat nu ineens weg zijn?
Het is niet weg, fluisterde ik. Het is er nog steeds. Maar hij ontkent het, wil het niet meer voelen, het is misschien teveel geweest.
Het mij zo intens lieve gezicht verscheen naast dat van mijzelf in de kerstballen. Wat sta je in de boom te staren? klonk het en dan licht spottend: kijken of er nog een eetbaar kransje in hangt, dikkerd? Een klopje op mijn billen. Van niemand kon ik dat hebben, maar van hem had het me altijd met liefde vervuld: het kleine, brutale, maar zo intieme gebaar. Ik keerde me naar hem om, aaide zijn haren, voorzichtig, zou hij me van zich afduwen? Mmmm… hij sloot zijn ogen.. doe dat nog eens? Vroeg hij. Ik voldeed aan zijn verzoek, ik wilde het nog wel honderdduizend keer doen en weer en steeds meer. Maar ik wist dat dit een van de laatste keren zou zijn.
Een tas en een rugzak, ze waren gedurende dat jaar nooit helemaal uitgepakt geweest, stonden in de slaapkamer. Ik wist het al dat hij ze zou inpakken.
Hij draaide de paar lampen in huis uit, nam de plaid van de bank mee en pakte mijn hand. Kom, zei hij, ik laat je wat zien. Buiten was het opnieuw gaan sneeuwen en de temperatuur was een stuk milder geworden. Dikke vlokken bleven liggen en maakten de witte laag zacht en nog mooier dan ze al was. De langzame, dwarrelende sneeuw gaf me een gevoel van beloften, van hoop en van kinderlijke vreugde. Zacht legde hij de plaid om mijn schouders en hield me gevangen. Niet huilen, zei hij zacht, niet huilen. Zul je altijd alleen maar in liefde aan me terugdenken? Ik slikte en kon alleen maar knikken. Dit was de eerste keer dat hij mijn wetenschap uitsprak. Zacht legde hij zijn handen om mijn schouders en draaide me naar zich toe. Wolkje van me? Lach eens tegen me? Voor het eerst in weken keek hij me recht aan. De wereld aan liefde lag in zijn ogen. Wolkje van me, Wolkje, klonk het in mijn haren, in mijn nek, Liefde van mijn leven.
Hou op, dacht ik, hou op en ga in godsnaam eeuwig door… blijf bij me smeekte ik inwendig. Ik schreeuwde, stampvoette, bad, smeekte, hoopte tegen elke hoop in terwijl ik stil tegen hem aanleunde en vond tenslotte zijn lippen in een kus die niets kon blussen maar zinnenprikkelend opzweepte. Zijn ogen vertelden me wat ik voelde: de hartstocht die nooit door een ander zo bij ons was aangewakkerd en die een ander nooit bij ons zou kennen. We probeerden ons eraan te onttrekken. Ik keek hoe die dwaze sneeuwvlokken op zijn donkere haren vielen, op onze verhitte wangen en uitgestoken tongen. We lachten en stoeiden en lachten weer, maar uiteindelijk werd het ons teveel en we kusten en kusten weer en onze tongen speelden met elkaars lichaam, de sneeuw werd ons bed en onze deken en onze opgewonden lichamen lieten elkaar gloeien. Was het de mengeling van warmte en kou, liefde en haat, zekerheid en twijfel, wie zal het zeggen? de intensiteit van onze liefde was heviger dan ooit tevoren en de explosie van dit orgasme stelde al het voorgaande op een niveau van alledaagsheid.
We waren koud en warm tegelijk, rillerig en voldaan en bevredigd tot in de diepste vezels van ons lichaam. Nooit had ik gedacht zo lief te kunnen hebben als toen hij me teder optilde en me in bed neervleide. Laat me niet meer los, laat dit niet meer los, kreunde ik. Hij kuste me zacht op mijn voorhoofd. Nee, mijn lief, ik laat je niet los, hoe zou ik dat kunnen? Je blijft altijd in me.
De volgende dag was hij al weg toen ik ontwaakte. Zijn rugzak, zijn tas, zijn tandenborstel, alles. Ik heb gehuild, geschreeuwd, gegild, heb mezelf naakt in de sneeuwplassen geworpen om me dichtbij hem te kunnen voelen. Ik heb de natte plaid om me heen getrokken tot de postbode me de post kwam bezorgen en ontzet weer wegfietste. Toen ben ik klappertandend naar binnen gegaan en heb zijn geur in het bed opgesnoven, heb de lakens om me heen gewikkeld, zijn aftershave vermengd met zweet en de lieve geur van zijn haren van het kussen gesnoven en in de badkamer zijn tandpastaspettertjes van de tegeltjes gelikt.
De kerstengel zag het allemaal heel ongerust aan.
Lieve schat, wat doe je jezelf aan, kom tot jezelf, hij is weg, maar een stukje van jou zit in hem en een stukje van hem zit voor altijd in jou, probeerde de engel me te troosten. De ballen keken me leeg aan. De kaarsen waren opgebrand of hadden verdronken lonten. De open haard spuugde wat zwarte roetvlokjes uit toen ik op het schaap ging zitten. Hoe lang dit geduurd heeft weet ik niet. De wijn die over was gebleven was niet genoeg om me zo lang lazerus te houden als ik had gewild.
Eind maart stond de boom er nog wel, maar had geen naalden meer. De kerstengel zat mistroostig met haar beentjes te wiebelen en probeerde me met haar engelenpoeder wat plezier te geven. Zo kwam ik er alsnog toe om de boom uit huis te doen op een tijd dat bij een ander het Paasontbijt klaar staat. De ballen haalde ik eruit en gooide ze een voor een stuk tegen de buitenmuur. Daar liggen de scherven nu te wachten op iets dat er nooit meer zal zijn. De kerstengel vloog op mijn schouder en zit daar nog, als ze niet even voor zichzelf een ommetje maakt. Dan komt ze terug en soms heeft ze hem gezien. “Hij is er niet gelukkiger door geworden! bromde ze op een keer tegen mij. Hij heeft het niet gevonden wat hij zocht.
Hij zal het nooit vinden, lieve engel, antwoordde ik. Ook niet bij mij.
Dan gaan we samen naar de kleine kapel, mijn engeltje en ik en we branden daar in tranen een kaarsje voor hem.
‘Meis er is een kerstmarkt in Valkenburg. Zullen we er eens lekker samen heen gaan? In de grotten, hartstikke sfeervol!’
Yvonne is een van de heerlijkste vrouwen die ik ken. De enige die me wijffie noemt, wier goeie raad ik graag aanneem, die bijzonder en gewoon tegelijk is, door dik en dun te vertrouwen en nooit of te nimmer saai. Ideeën komen bij haar op en ze voert ze ook uit.
Ze staat altijd voor anderen klaar zonder zelf iets te vragen. Nadeel is dat er door sommige figuren dan ook grof misbruik van haar wordt gemaakt. Maar ze zeurt niet, wordt zelden boos, neemt het leven zoals het komt en als ze geen geld meer heeft eet ze geroosterde boterhammetjes met suiker. Als ze moet kiezen tussen het betalen van een boete of een tomtom kiest ze voor het meest ‘verstandige’. Er komt dus een tomtom in haar auto, al zal het haar haar laatste cent kosten. Net als een apparaat om een hoop dvd’s met hollandse hits af te spelen.
Dolle pret met die smartlappen in haar cabrio. ‘Meis, daar word ik dan weer zo vrolijk van!’ roept ze boven de muziek uit en zingt mee met de kastelein die zúkke lelle moet schenke, honderd witte rozen en dat je als een zigeuner moet leven.
Ze ziet er altijd enorm sexy en opgesmukt uit met oorbellen, kettingen en alles waar je je maar mee kunt behangen en alles schittert, glimt en blinkt aan haar.
Een ongelooflijk aantal keren per dag werkt ze haar make-up bij onder het motto: je moet er toch een beetje goed uitzien. Nou, dat goeie uitzien doet ze dan ook. Waar je met haar verschijnt valt ze op, al is het alleen al door de bewonderende blikken van de heren en de dodende van hun grijze echtgenotes.
Alleen vandaag heeft ze roetzwarte nagels. ‘Ach ja, band plat, heb ik nog effe moeten verwisselen voor ik weg ging, wat moet je als je geen vent hebt’, grinnikt ze. Ik grinnik mee en probeer me haar voor te stellen zoals ze in vol ornaat een wiel verwisselt. Ze zit daar niet mee en staat nergens voor.
Zo zeilt Yvonne dus die zondag hoog geblondeerd, poepiebruin en zwarte nagels voor me uit langs een anderhalf uur lange kassarij. Wachten kent ze niet en in twee minuten staan we kaartjes te kopen. Een gefrustreerde rij achter ons latend.
Binnen kun je met gemak over de hoofden lopen en gebroken teen of niet, op haar stiletto’s weet ze steeds weer overal snel heen te komen. Het zal haar ongelooflijk ranke figuurtje wel zijn, die kruipt overal doorheen, besluit ik terwijl ik me tussen de massa doorworstel en haar bij probeer te houden.
De dame met slakkenslijm hoopt in ons een klant te vinden voor haar potten van vijftig euro. Vijftig euro, ze is gek, zegt Yvonne die precies weet wat het allemaal inkoop kost, ze heeft zelf in van alles gehandeld en overal op beurzen en markten gestaan.
Ze heeft haar mond goed bij zich, kletst vrolijk met iedereen en is beregezellig.
De man die tegen woekerprijzen een passende halfedelsteen voor elke kwaal verkoopt, zegt desgevraagd lachend dat ie géén steen heeft om een lekkere vent te bewerkstelligen. Hij tovert wel een piepjong Keniaantje tevoorschijn. Nah, die vinden we toch te jong met zijn 29 jaar. ‘Succes ermee’ roept ie ons na als we een steen tegen het roken en een steen voor het geluk gekocht hebben. Ja lachen doet ie wel voor dat geld. In de volgende grot vinden we diezelfde stenen voor minder dan de helft van de prijs. Dat had Yvonne dus in haar handelscarriere nog niet verkocht, anders waren we er niet ingetrapt.
In de volgende grot is het aanbod luxer, maar de entree is dan ook een stuk hoger. We hebben dit keer braaf in de rij gestaan en Yvonne heeft de bewaking gemobiliseerd om voordringers te pakken. Ze grijnst naar me. ‘Leuk toch?’ zegt ze gemeen.
Binnen eten we chocola, proeven we bratapfel-likor, gebruiken we een bewaker als voetensteuntje en dan is HIJ daar.
‘God, Cis, dat vind ik nou echt leuk!’ roept Yvonne en ze wijst naar de meest kitscherige kunstkerstboom die ik ooit gezien heb.
Boven uit de piek komt een fontein van kleine witte polystyreenbolletjes die als sneeuw langs de takken omlaag valt en zo een klein laagje kunstsneeuw over de takken met de blauwe lichtjes, de ronde rooie en langwerpige gouden ballen achterlaat. Het geheel wordt onderaan opgevangen door een grote paraplu met kerstmotiefjes erop, opgezogen en vervolgens weer door het stammetje naar boven getransporteerd om weer naar beneden te worden gesproeid.
Mijn hemel, ik zou het niet in mijn huiskamer willen hébben, bedenk ik me. Maar Yvonne is niet te stuiten, ze vindt hem geweldig. Léuk, das in elk geval apárt, zegt ze. Dat kan ik niet ontkennen.
De verkopers zijn vader en zoon. Ze ruiken handel en schieten op haar af. ‘Kom je uit Amsterdam?’ vraagt zoon. ‘Ja van oorsprong wel’ zegt Yvonne. ‘Maar ik hoor ook wel iets Haags’ raadt zoon weer. Woon ik nu vlakbij, zegt Yvonne. Wat kost die grote boom?’ Paps staat ernaast en heeft duidelijk bijzonder veel interesse om Yvonne te helpen. Er hangt een lange draad snot onder zijn neus. Ik zie Yvonne ernaar kijken. Griezelend. ‘Waar woon je dan?’ vraagt de zoon weer. Er worden plaatsnamen uitgewisseld en dan roept paps ineens: ‘Ik weet het, ik heb je in Beverwijk gezien!’ Hij glundert ervan. ‘Bij de zonnebrillen!’ Hij komt een stapje dichter naar Yvonne toe. ‘Ja dat was voor ik naar Spanje ging’, zegt Yvonne en neemt een stapje achteruit.
Zoon probeert nog even mee te praten, maar paps schuift gehaaid tussen hem en Yvonne in en gluurt naar haar boezem. Hij moet er bijna voor op zijn tenen staan. Yvonne zeilt snel naar DE boom. ‘Maak daar es een leuke prijs voor?’ vraagt ze. Zoonlief draalt wat, wordt door pa afgepoeierd en gaat dan braaf een andere klant helpen.
Ik heb bewondering voor het handelen zoals alleen Yvonne dat kan en sta besmuikt te grijnzen om dat gedrentel van die snottebel om Yvonne heen, die wel de kerstboom wil maar geen snot in haar decolleté. Stapje vooruit, stapje achteruit, stapje vooruit, stapje opzij. Uiteindelijk worden ze het eens. Er komt een groot stuk plakband aan de verpakking om m handiger te kunnen dragen.
‘En dames, iets gevonden?’ vraagt de bewaking buiten. Yvonne toont de boom. ‘Agggg, das nou zund’, zegt een van de twee kleerkasten. ‘Daorvan hab ik er gister al tzwee van terug zien komen. Die waoren kaput.’ Zal ook geen waar zijn, Yvonne heeft altijd pech met zulke dingen. Een garantiebewijs heeft ze niet. Mogelijkheid om te proberen is er ook niet, we zien onszelf al met een uitgeklapte paraplu, kerstboom en zak met piepschuim bolletjes in de auto zitten.
Maar Yvonne weet raad. Ze gijnst eens even naar de bewaker die haar net zijn telefoonnummer wil geven voor het geval dat ding stuk gaat en stevent doelbewust terug de drukte in op de snottebel af. Snottebel weet niet hoe snel hij bij haar moet komen. De klant die hij aan het helpen was blijft beduusd achter.
‘Wil je nóg een boom?’ vraagt hij jolig, nog steeds met sliert snot over zijn bovenlip. ‘Nee’ zegt Yvonne, ik wil graag je telefoonnummer. Snottebel wordt beurtelings rood en bleek. ‘Mijn telefoonnummer?’ stamelt hij. ‘Ja’ zegt Yvonne, ik vind je zo gewéldig, mag ik je telefoonnummer?’ Ze flappert eens even met haar wimpers. Snottebel weet niet hoe hij het heeft. Zijn ogen beginnen te stralen. Hij weet niet wat hij eerst moet doen: een papiertje pakken om zijn telefoonnummer op te schrijven of zijn arm om de schouders van Yvonne slaan. Die omzeilt dat handig door gelijk een meter achteruit te springen en zich achter een andere klant te verschuilen.
Snottebel doet een greep naar een papiertje, krabbelt er haastig een nummer op en steekt het Yvonne gelijk toe. ‘Bel je me echt?’ vraagt hij gretig. ‘Oh ab-so-lúut!, zegt Yvonne,’Ik weet je nu in elk geval te vinden!’ Ze flappert nog eens met haar wimpers, lacht verleidelijk naar snottebel en loopt grijnzend weer weg. Ik lig in een deuk.
De andere dag spreek ik haar weer, nu via de telefoon. ‘Jah, hij doet het niet helemaal zoals ik wil’, zegt ze. Ik voel al een lachstuip kriebelen. ‘Weet je’ zegt ze, ‘hij doet het goed, spuit prima, maar de lampjes knipperen! En dat vind ik zo kitsch’. ‘Toch bellen?’ opper ik. ‘Ben je gek, naar die engerd? Niks hoor, ik verzin er wel iets op’ zegt Yvonne onvervaard.
Zoals gezegd: Yvonne staat nérgens voor. Zelfs niet voor een spuitboom met blauwe knipperlichtjes van een snottebel.
In plaats van mijn huis in kerstsfeer te brengen ben ik mijn persoonlijke spullen uit het huis van mijn bijna-ex aan het halen. Niet iets om van in kerststemming te geraken.
Mijn woonkamer staat vol, de gang, de keuken, de auto zit vol.
Kleding, dozen kerstspullen, schoenen, bestek, mokken, paperassen, brieven van mijn ouders, vriendinnen en van mijn ex. Schrijfcursus, postzegels uit ale landen van de wereld, muntenverzameling, kindertekeningen, prullaria, genealogische navorsingen. Tassen, dozen, zakken vol.
En boeken. Héél veel boeken.
Kinderboeken, tuinboeken, voorleesboeken, romans, aardrijkskundige werken, naslagboeken van geschiedenis, sprookjesboeken, familiealbums, bijbeltjes, pedagogische naslagwerken, noem het maar op. Geen idee waar ik het allemaal moet gaan laten en het is nog niet eens alles.
Heb in ieder geval de grote boekenkast maar eens goed schoongesopt, de boeken uitgeklopt en de meest dierbare boeken alvast een plekje gegeven.
Lichtpuntje voor toekomst: ik ben vrij om te gaan wonen waar ik wil, zit niet meer aan mijn huidige omgeving gebonden. Maar nu ff niet denken aan weer een verhuizing.
Nu weer verder met deze zooi hier, zorgen dat het hier weer opnieuw gezellig wordt.
En wie weet kan ik de kerstsfeer dan nog dit weekend verzorgen.
Iedereen fijne dagen gewenst met vrede in je hart.
Sinds een week heb ik voor een maand lang een logeerhondje in huis.
Logeerhondje is van het model fifi, vaak keffend gezien met strikjes in het haar en een jasje aan op de arm bij een ruim uitgevallen mevrouw op pumps, of hautain kijkend in de fauteuil in een kapperszaak.
Zoiets als hieronder.
Zo is logeerhondje dus niet.
Heeft weliswaar het model van een fifi, maar is een heel stoer en ondernemend hondje, hij luistert prima, gaat zitten en liggen op commando en is verder ook keurig opgevoed.
Vanochtend al vroeg een zonnetje in Tiel in combinatie met een strak windje. Dat is het weertype waar ik van hou.
Ik bedacht dat het aan de kust helemaal goddelijk moest zijn, zwaaide mijn logeerhondje de achterbak in en trotseerde ruim twee uur snelweg richting Vlissingen.
Het was bijna eb, breed strand dus. Een straffe oostenwind maakte kuiven op de golven en joeg plastic over het strand. Een groep ruiters vormde prachtige silhouetten tegen de schittering van het water.
Heerlijk veel paalhoofden lang over het strand gelopen in zon en wind, hond helemaal gek, legde minstens vier maal de afstand af, apporteerde stokken en stenen en rende achter losvliegend plastic aan.
Opvallend: stenen van pad over de duinen verdwenen onder een zandlaag. De hoge, steile trap bijna bedolven, er is nog maar een kort stukje van te zien. De afrastering van de duinen nagenoeg verdwenen in het zand. De duinen zijn een heel stuk 'gewandeld' sinds mijn laatste keer daar.
Geen zeester, geen anemoon, geen krabbetjes, geen meeuwen op de paalhoofden, geen strandlopertjes. Maar ook geen stookolie.
Wel: verschrikkelijk veel plastic in alle vormen en kleuren, ongelooflijk.
Heerlijk gegeten bij paps en mams, even bijgekletst.
Een vriendinnetje van me gaat een kookboekje uitgeven en regelmatig krijg ik een overheerlijk recept van haar. ‘Om uit te proberen’ zegt ze dan. Dit keer kreeg ik een recept voor veertig loempiaatjes. ‘Veertig? Joh, ik ben in m’n uppie!’ riep ik. ‘Maakt niet uit, nodig je wat mensen uit, da’s gezellig’ zei ze onverstoorbaar,‘Ze zijn verrukkelijk, dus die zijn zo op. Bovendien heb je je lang genoeg opgesloten, wordt tijd dat er een eind aan komt’.
Eigenlijk had ze daar gelijk in dus ik ben eens aan het uitnodigen gegaan.
Kids komen graag en hun paps ook. Syrische vriendin met gezin leek dat ook wel iets, dus die proeven mee. De buurman begon al te glimmen bij het idee en ook de andere buren hadden wel trek in een loempiaatje. Worden 80 loempiaatjes inmiddels, ik heb al een extra frituurpan georganiseerd en een extra grote fles zoetzure saus. Hopelijk kom ik ermee uit.
Sabri, bedankt voor al die overheerlijke recepten van je!
De zon die vanochtend al vroeg door de ramen gluurde vertelde me dat het een dag zou worden met een soort voorjaarsschoonmaakkriebelgevoel, maar dan in oktober.
Op het vrijwilligerswerk is er even een werkluwte dus alle tijd om eens grondig in en om het huis aan de slag te gaan.
Ramen gezeemd, glazen schaakspel afgewassen, voor- zij- en achtertuin gemaaid, struiken en bomen gesnoeid, takken versnipperd, glazen schaakspel weer op zn plaats gezet, gepoetst, gesopt, de omgevallen bloempot op het balkon eindelijk eens opgeruimd en een kopje koffie bij de buurman gedronken.
Hij kan zo verschrikkelijk blij zijn met aanloop, die buurman van mij. Hij is gelukkig weer beter, is een tijdje aan het sukkelen geweest.
'Ow, dern, kunde gij dat bôch veur me uit de tuin trekken?' vroeg hij me pas. Tuurlijk kon ik dat. Hij kon dat met zijn 90-jarige rug niet meer en dat begreep ik wel. Hij wees een uitgebreid bed met longkruid aan waar inderdaad een hoop onkruid tussen stond. Heel voorzichtig heb ik al het onkruid er van tussen gehaald, zodat het longkruid mooi bleef staan. Zere vingers van de minuscule prikkeltjes van de plant, maar ik kon tevreden zijn.
Toen het gedaan was kwam de buurman erbij staan met een groot mes. 'Hier neem dit maor dern,' zei hij. Tot mijn verbazing was het longkruid dus het zogenaamde "bôch" dat tot aan de wortels moest worden afgesneden.
Maar vandaag heb ik mijn eigen tuin dus lekker onder handen genomen. Het knapt lekker op, maar hopelijk schijnt het zonnetje morgen weer, want er valt nog genoeg in te doen. De braamstruiken zijn nog lang niet onder controle. Ze komen echt overal de grond uit en liefst daar waar het niet moet. Als er iets ongebreideld zich door een tuin kan verspreiden is dat het wel. Bôch is het.
Na een donkere periode zijn er ineens weer dagen met gouden randjes: onverwacht bezoek, een leuk oud liedje op de radio, een bosje bloemen dat langer blijft staan dan ik dacht, een prettig gesprek, een etentje met mijn dochters, een zonnige dag of een kat die snorrend tegen me aan komt liggen.
Het boekje waar ik aan meewerkte wordt 20 november gepresenteerd, ik beleef heel veel genoegen aan mijn vrijwilligerswerk en ik ga weer een cursus volgen.
Er begint zich eindelijk een vliesje over de diepe poel van verdriet te vormen.
Mijn zelfvertrouwen komt weer terug...
Ik kan zo veel namen noemen van mensen die me steunden en steeds weer een luisterend oor waren.
Misschien moet ik eigenlijk denken: Wat ben ik een gelukkig mens.
Samen met een van mijn dochters een schilderij maken is een van de leukste ervaringen geweest op schildergebied! Ik ontdekte ook dat ze een kei is in het mengen van kleuren.
Hieronder het resultaat van twee uurtjes pret en stoeien met verf:
Vorige week hebben we al met het overgrote deel van de definitieve bemanning het schip van Harderwijk naar Enkhuizen en van daaruit naar Durgerdam gevaren. God wat heerlijk, net of ik mijn gezin weer had.
Gezeild dus, maar ook geluisterd naar elkaar, gelachen, gezongen, moppen gehoord en verteld, gedobbeld en genoten!
Gewed ook. Ik weet nu heel zeker dat morgenrood regen brengt en namasté niet Japans is... Joost en Lidus, dat worden twee mooie flessen wijn om samen soldaat te maken!
Kortom: wat mij betreft mag die sfeer zich de komende trip(s) herhalen, dames en heren. Jullie leren mij zeilen (is jullie ouwe zeilrotten wel toevertrouwd) en ik kook voor jullie intussen de sterren van de kombuis!
We hebben trouwens nog plaats voor één goede zeezeiler/zeezeilster. Neem maar contact op! Dan breng ik je in contact met onze schipper.
Mijn oudste dochter Suzanne heeft altijd al iets met dierengehad.
Ze ging vanaf haar tiende vaak in de vakantie met de veearts mee op pad.
Of assisteerde de dierenarts voor kleine huisdieren.
Of het nou vroor dat het kraakte of alles baggerblub was van de regen en hoe klein ze ook was: Suzanne verzorgde eerst de dieren en dan kwamen de rest van haar interesses pas aan de beurt.
Dieren hadden ook wat met haar.
Instinctief luisteren ze naar haar, vertrouwen ze haar.
Uiteraard is ze na de middelbare school een dierkundige opleiding gaan doen, eerst in Barneveld, later in Leeuwarden.
Dit jaar heeft ze voor haar afstudeeropdracht
de mening van minimaal 600 dierenbezitters nodig.
Dus dierenliefhebbers opgelet:
Zouden jullie zo vriendelijk willen zijn om haar enquête in te vullen?
Het neemt niet lang in beslag en is voor haar studie erg belangrijk.
Ci son due coccodrilli
ed un orangotango
due piccoli serpenti, un'aquila reale
il gatto, il topo, l'elefante
non manca più nessuno:
solo non si vedono i due liocorni
Un dì Noè nella foresta andò
e tutti gli animali volle intorno a sè:
"Il Signore arrabbiato il diluvio manderà...
la colpa non è vostra, io vi salverò".
Ci son due coccodrilli
ed un orangotango
due piccoli serpenti, un'aquila reale
il gatto, il topo, l'elefante
non manca più nessuno:
solo non si vedono i due liocorni
E mentre salivano gli animali
Noè vide nel cielo un grosso nuvolone
e goccia dopo goccia a piover cominciò:
"Non posso più aspettare: l'arca chiuderò".
Ci son due coccodrilli
ed un orangotango
due piccoli serpenti, un'aquila reale
il gatto, il topo, l'elefante
non manca più nessuno:
solo non si vedono i due liocorni
E mentre continuava a salire il mare
e l'arca era lontana con tutti gli animali
Noé non pensò più a chi dimenticò:
da allora più nessuno vide i due liocorni.